Red de tijgers
Alles over de Tijger.
Er zijn naast alle ellende natuurlijk ook genoeg andere dingen over de tijger te vertellen en mede omdat de mens nu eenmaal alleen beschermt waar hij zich nauw betrokken mee voelt en vanwege het algeheel bekende gezegde "onbekend maakt onbemind" komen er nu een paar algemene weetjes over de tijger.

De tijger staat bekend om zijn schuwheid en kracht en is de grootste van de 40 katachtige soorten ter wereld. Hiervan is de Siberische tijger de grootste soort van de 5 tijgersoorten, die er nog zijn. Het gewicht van een Siberische mannetjes tijger kan zelfs oplopen tot zo'n 300 kilo. De grootste geregistreerde tijger was 384 kilo. De tijger is zo'n 2 meter lang en hij heeft een staart van 1 meter. Net als bij alle andere katachtige zijn zijn achterpoten langer dan zijn voorpoten, waardoor hij uitstekend kan springen en heeft hij korte kaken, waardoor hij veel kracht op zijn grote en spitse hoektanden kan zetten bij het vastbijten van zijn prooi. Zijn kiezen zijn zogenaamde kniptanden, waarmee hij het vlees aan stukken kan snijden in tegenstelling tot de mens, die stompe kiezen heeft om het voedsel te vermalen.
Naast de allom bekende zwart gele tijger, bestaat er ook een witte (zwart/witte of bruin/witte) tijger. Dit is een ondersoort van de bengaalse tijger en is geen echte albino, omdat hij strepen heeft en hij ook geen rode ogen heeft.

De gestreepte vacht van de tijger zorgt voor een goede camouflage. De verticale strepen maken hem namelijk vrijwel onzichtbaar tussen hoog gras, riet of struikgewas, hierdoor is de tijger in staat een prooi ongezien te naderen. De kans dat je op safari een tijger tegenkomt is dan ook zeer klein, want naast dat hij niet opvalt in zijn omgeving heeft hij jou allang gezien, geroken en gehoord. Want deze drie zintuigen zijn bij de tijger vele malen beter ontwikkeld dan bij de mens. Om maar te zwijgen over het kabaal dat de mens maakt vergeleken met de tijger, die je ondanks zijn grote en enorme gewicht niet hoort, dankzij de zachte kussentjes onder zijn poten en zijn ingetrokken nagels

Tijgers voelen zich bijna in elke omgeving thuis. Zo leven ze in naald- en loofbossen, komen ze voor in tropische regenwouden en in rietvelden en moerassen, zolang er maar voldoende prooidieren, drinkplaatsen en schuilplaatsen zijn. Ook van hitte of extreme koude trekt dit dier zich niks aan.Vandaar dat hij in Azië van de jungle in Sumatra tot de sneeuw vlakten in Siberië te vinden is.

In tegenstelling tot onze huiskat dol is de tijger dol op water. Hij zwemt er geregeld in en gebruikt de poeltjes vooral in de droge periode voor de dan broodnodige verkoeling. Het water is ook een geliefd jachtgebied,de prooi kan vaak niet snel genoeg uit het water komen, wanneer zij zich staan te verfrissen. Ook een besneeuwd landschap is in zijn voordeel bij het jagen, doordat de brede poten van de tijger minder ver weg zakken in de sneeuw dan die van zijn prooi. Waar de natuur uiterraad geen rekening mee heeft gehouden, is dat stropers de sporen van de tijgers in de sneeuw veel makkelijker kunnen volgen.

Deze voordelen komen de tijger goed van pas, want ondanks zijn zeer atletisch lichaam, zijn scherpe klauwen en tanden en zijn snelheid grijpt hij toch vaak mis bij het jagen. Gemiddeld vangt een tijger namelijk maar 1 op de 20 keer iets, als hij uitvalt naar een prooi. Voornamelijk omdat hij zoals alle katachtige zijn enorme snelheid maar heel kort vol kan houden, dus als hij zijn prooi niet onopgemerkt dicht genoeg kan benaderen dan zal de prooi hem ontglippen.

De tijger heeft voornamelijk grote prooidieren, zoals zwijnen, herten, antilopen en runderen. Soms vergrijpen ze zich aan koeien of geiten van de lokale boeren en zelfs mensen worden wel aangevallen, al is dit ook vaak uit zelfsverdediging.Als een tijger echt uitgehongerd is, eet hij desnoods vruchten en gras. Een tijger heeft gemiddeld zo'n 5 kilo vlees per dag nodig, maar een uitgehongerde tijger kan zo'n 25 kilo vlees in één keer verorberen. Hij hoeft echter niet dagelijks op jacht, want met een grote prooi kan hij dagenlang doen, waarbij een vrouwtjestijger alleen moet uitkijken dat een mannetje de prooi komt afpikken.

Als een tijger een prooidier ingehaald heeft, overmeestert hij die met een snelle sprong, met zijn gewicht en kracht slaat de tijger de prooi tegen de grond en bijt hij het slachtoffer zijn keel dicht, zodat hij stikt en meteen dood is. Daarna sleept hij het dode dier naar een rustige plek, het liefst bij het water. Een tijger kan makkelijk een wildzwijn van 120 kilo dragen en zelfs een koe van 200 kilo verslepen.